Cracker

“Doe het niet. Je gaat er spijt van krijgen.” Mijn man waarschuwde me nog. Maar nee, ik was eigenwijs.

Ik zou graag iets de schuld willen geven. De tentoonstelling over 100 jaar animatie in Kunsthal Kade, waar ik geïnspireerd raakte. Of mijn zwangerschap, waardoor ik niet stil kon zitten en iets te doen wilde hebben. Het fonds dat me jaren geleden geen subsidie had verschaft om het script voor Cracker met echte acteurs te verfilmen, waardoor het script ‘op de plank’ was komen te liggen.  Maar ik moet toegeven: ik heb toch echt geheel vrijwillig besloten om van Cracker een korte stop motion film te maken. Ik heb ook geheel vrijwillig besloten om dat vrijwel in mijn eentje van begin tot eind tot stand te brengen. Het was bijzonder, het was frustrerend, het was eenzaam, het was creatief, het was leuk, het was lang. En nu kan ik zeggen: het is af.

Knutselen

Ik had ervoor kunnen kiezen om Wilma en Ali van flexibel materiaal te maken. Maar de personages zijn krakkemikkig. Hoofden van eierschalen pasten beter bij ze. Voor hun lijfjes gebruikte ik luciferdoosjes en ijzerdraad met gebakken klei voor de armpjes, benen, ogen, mond, neus en oren. Verschillende mondjes, ogen en wenkbrauwen voor verschillende gezichtsuitdrukkingen. Verschillende crackers en boterhammen zodat ze die ‘op konden eten’. Ik maakte kleine kleren voor ze, wat een gepiel. Naaien is nooit mijn grootste talent geweest. Daarna was het de beurt aan het decor. Wilma en Ali zijn niet de rijkste burgers, dus ook dit mocht wat troosteloos ogen. Bij mijn ouders spitte ik tussen mijn oude barbiespullen, waar ik een tafeltje, vogelkooi en fotolijstjes vandaan haalde. Mijn schoonvader Ricardo was zo lief om twee stoeltjes voor me te maken. Ik knutselde zelf een kleine krant met nieuwsberichten over het einde der tijden. Langzaam kreeg hun flat vorm, ik creëerde hun wereld. Tot nu toe vond ik het allemaal nog leuk.

Foto na foto

Een stop motion film wordt gemaakt door een foto te nemen van de personages, dan alles een heel klein stukje te verzetten, weer een foto te nemen, enzovoort. Als je uiteindelijk alle foto’s achter elkaar zet dan lijkt het of de personages gaan bewegen. Toen de opnames begonnen begon ik al aan mijn derde zwangerschapstrimester. Heel verstandig, met een dikke buik rondom mijn decor van 70×50 cm bewegen. Zwangerschapsyoga is er niks bij. Ik heb maar niet geteld hoe vaak ik ergens tegenaan heb gestoten. En dat is frustrerend, want als je camera standpunt verandert, kun je weer opnieuw beginnen met je scene. Deze fase van het proces duurde langer dan me lief was. 

Montage en stemmen

Nadat ik alle foto’s had geschoten begon ik aan de montage. Ik kreeg een beter beeld van hoe de film eruit zou komen te zien. Ik paste nog wat teksten aan en gooide de scènes wat om. Ramez Harayri en Gouden Kalf winnares Loes Schnepper waren zo lief om de stemmen van de personages in te spreken. Wat heb ik gelachen om de overgevende Loes, ze bleef er bijna in. Arian Stoetzer bood aan om de audio nabewerking te doen. Ik ben ontzettend dankbaar dat zij hun tijd en energie in deze korte stop motion hebben willen steken. En wat was het fijn om eindelijk eens met andere mensen samen te kunnen werken aan dit project. Na het maken van de aftiteling en ondertiteling kwam er dan langzaam echt een eind aan ‘het project zonder eind’.

Vertoningen

Cracker werd op 13 november 2018 vertoond tijdens het Rotterdams Open Doek in LantarenVenster. Na afloop was er een korte Q&A en Ramez en Loes waren ook aanwezig tijdens de vertoning. Ik heb er ontzettend van genoten. Eind november is Cracker ook vertoond op het Festival Treće uho Dubrovnik in Kroatie.

Method Acting

Op het Nederlands Film Festival ging de korte film Melany van regisseur Ruben Broekhuis en producent Herman Slagter in première.

Ik lig op de bank in de woonkamer. De verwarming staat aan, ik drink een warme kop thee en eet een stuk chocola terwijl ik met vriendinnen app. ‘Het gaat door!’ app ik. ‘We gaan de korte film maken. Ik ga een junk spelen!” Een dakloze junk. Er zijn geen personages te bedenken die verder van me af staan. Na één slechte ervaring met het roken van marihuana heb ik besloten dat drugs niet mijn ding is. Ik heb altijd een veilig thuis gehad. Ik heb een hekel aan kamperen, terwijl mijn personage blij is dat ze een afgeragde caravan heeft kunnen claimen als woning.

Ik moet iets doen. Me goed voorbereiden. Ik loop mijn balkon op. Schoongepoetste vlonders lachen me toe. Een tuinsetje met zachte kussens nodigt me uit om te gaan zitten en de plantjes staan er mooi bij. Dit moet anders. Ik zet mijn planten binnen (behalve een stervende, die heeft de juiste sfeer te pakken) en klap het tafeltje in. De kussens berg ik op. De vlonders storen me. Ik pak wat grote vuilniszakken en begin ze los te trekken. Eén voor één verdwijnen de mooie stukken hout in de grijze zakken. Als de zak vol is knoop ik hem dicht en geef hem een mooie plek op het balkon. Een paar uur later heb ik het lelijkste balkon van de flat (wat een prestatie op zich is, in Rotterdam IJsselmonde). Een kale tuinstoel staat op de betonnen ondergrond, omringd door vuilniszakken en een stervende plant. De losse aarde die onder de vlonders was gaan rotten heb ik laten liggen om het geheel nog mistroostiger te maken. Ik pak een glas alcohol en mijn shag (net gekocht, ik rook niet) en begin te draaien.

De avond valt. Ik zit er nog. Mijn keel hees van de shag en mijn hoofd duizelt. Dit is niet genoeg. Ik moet een stap verder. Naar buiten, de flat uit. Ik pak mijn jas en vertrek. Even overweeg ik om zonder sleutels weg te gaan zodat ik me écht even dakloos voel, maar dat durf ik niet. Mijn mobiel laat ik wel thuis. Beneden kom ik aan bij het park. Het is donker en heeft geregend. Een politiewagen rijdt langs, ik voel me bekeken. Stel dat ze me vragen wat ik aan het doen ben, zal ik dan als actrice Relinde antwoorden of als personage Melany? Terwijl ik de mogelijke risico’s en consequenties van deze keus afweeg, rijdt de politiewagen langzaam door. Ik haal diep adem en loop het park in.

Hoe kies je een plek om te slapen? Wat weegt zwaarder: een droge of een zachte plek? Ik dwaal wat rond door het park. Ik wil een beschutte plek, zodat ik niet gezien kan worden. Misschien toch een stukje terug, bij dat kleine paadje. Is dit goed? Ik zie niks. Een tak schiet in mijn gezicht. Ja, daar is het goed. Ik wurm me tussen de bosjes en ga voorzichtig zitten. Een beetje klam is het wel, maar dat zal er wel bijhoren. Daar zit ik dan. En nu? Moet ik hier slapen? Ik ben gek. Nee, dit is goed. Even voelen hoe het voelt. Alles voor de kunst. Ik probeer te gaan liggen. Waar leg ik mijn hoofd op? Nu snap ik waarom daklozen een capuchon hebben. Ik trek mijn kraag wat verder omhoog. Wat is het koud. Het vriest licht. Ik begin te rillen. Ik stop mijn handen in mijn zakken. Ik voel mijn sleutels. De sleutels van mijn flat. Mijn eigen flat. Met een zacht bed. En een warme douche. Nee, niet aan denken, nu even dit ervaren. Ik haal diep adem en probeer te ontspannen. Een geluid. Geritsel. Wat is dat? Een beest? Ik schiet overeind. Wat leeft hier ’s nachts? Ik zie niks. Daar is het weer, nu dichterbij. Ik schuif een stuk op, mijn hand glijdt in de modder. Warme douche. Zacht bed. Weer een geluid. Sleutels in mijn zak. Geritsel, vlakbij nu. Ik spring op en ren het park uit, naar huis.

Morgen weer proberen.

Raymond Thiry Relinde de Graaff

Melany
Een korte film van Ruben Broekhuis
Cast: Relinde de Graaff, Raymond Thiry, Jade Yilmazoglu en Martin van der Starre
Productie: Herman Slagter, Riverpark Films
Powered by Nieuw Nederlands Film Platform
www.facebook.com/melanyfilm

korte film Melany

Over de korte film Melany:

Welke rol zou ik als actrice graag nog willen spelen, vroeg ik me af. Als ik daklozen zie, vraag ik me altijd af hoe iemand in dat leven terecht gekomen is. Wat voor geschiedenis zou zo iemand kunnen hebben? Ik besloot op de Rotterdamse producent Herman Slagter af te stappen, met de vraag of hij een korte film wilde produceren over een junk. Hij koppelde me aan regisseur Ruben Broekhuis, met wie ik het scenario voor de korte film Melany ontwikkelde. Dankzij het NNFP konden we de korte film maken, die in 2015 op het Nederlands Film Festival in première ging. – Relinde de Graaff